Naar de inhoud
Al Morshidالمرشد
NL
  • Nederlands
  • Englishbinnenkort
  • العربيةbinnenkort

كيف نجدد إيماننا ؟

Hoe vernieuwen we ons geloof?

Abdessalam Yassine

Vertaling: Al Morshid · 40 minuten

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Hoe zijn we oprecht tegenover Allah en Zijn Boodschapper?

كيف نجدد إيماننا ؟ كيف ننصح لله ورسوله ؟

Lessenreeks De profetische methode (al Minhaj an Nabawi) - 1

De leraar (al ustadh) Abdessalam Yassine

Vertaald uit het Arabisch.


Over deze vertaling

De vertaling is een getrouwe weergave van de volledige tekst van de auteur en geeft alleen de mening van de auteur weer. Woorden tussen [vierkante haken] zijn door de vertaler toegevoegd zodat de zin loopt; ze staan niet in het Arabisch. Een Arabisch begrip staat de eerste keer, en waar het woord zelf ertoe doet, tussen (ronde haken) na de vertaling. Voetnoten met [vert.] zijn toelichtingen van de vertaler; de overige voetnoten komen uit de Arabische uitgave. De tussenkoppen zijn door de vertaler toegevoegd; het Arabisch heeft ze niet. Koranverzen zijn geciteerd uit de vertaling van Sofian S. Siregar, De Edele Koran.


Deze reeks

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. Moge Allah zegen, vrede en overvloed schenken aan onze meester Mohammed, zijn familie, zijn metgezellen, zijn broeders en zijn schare.

Alle lof komt Allah toe, de Koning, de Schenker, de Wijze, de Alwetende. Hij breekt de grendels van de harten open en leidt naar het rechte pad. Hij verdeelt de voorzieningen onder Zijn dienaren: de een krijgt weinig, de ander ruim bedeeld en edelmoedig. Wij getuigen dat Hij Allah is: er is geen god dan Hij, de Weldoener, de Genadevolle. Hij opende de gesloten oren van Zijn uitverkorenen, zodat zij luisterden naar het gedenken van Allah en er niet ijdel doorheen praatten.1 En Hij drenkte het diepste van hun harten met een zekerheid die rust geeft, zodat er rivieren van liefde door gingen stromen, in rijke mate.2

En wij vragen zegen en vrede voor onze meester Mohammed, zoon van 'Abdullah, Zijn Boodschapper: de nis waarin het licht staat, de lamp van de goddelijke nabijheid,3 de uitverkorene, de onfeilbare, de betrouwbare, die de boodschap overbracht en wiens werk is aanvaard. Moge Allah hem zegenen en vrede schenken, en ook zijn broeders, de profeten van Allah, zijn familie, zijn metgezellen en ieder die hem trouw blijft.4

Welnu, beste broeders en zusters, hierbij bieden wij jullie de eerste aflevering aan van de lessenreeks De profetische methode. Onze gids (murshid)5 Abdessalam Yassine, moge Allah hem beschermen,6 gaf deze lessen aan het begin van deze gezegende eeuw: de eeuw van het kalifaat volgens de methode van het profeetschap.7 Wij schrijven ze uit vanaf de oorspronkelijke geluidsbanden. In de gedrukte tekst hebben we hier en daar iets bijgeschaafd, want gesproken tekst is nu eenmaal niet hetzelfde als geschreven tekst.

Wij hopen dat dit initiatief bij alle broeders en zusters in goede aarde valt. Het doel is dat zoveel mogelijk mensen er baat bij hebben, en wij hopen dat Hij, glorie zij Hem, de Verhevene, dit werk zuiver maakt en aanvaardt.

O Allah, schenk ons gezonde harten, zodat ze geschikt worden voor U.

Vrede zij met jullie, en de genade van Allah en Zijn zegeningen.

Salé, in de nacht van maandag op dinsdag 16 Jumada al Ula 1419 H.8


Hoe vernieuwen we ons geloof?

Voorwaar, alle lof komt Allah toe. Wij prijzen Hem, vragen Hem om hulp en om vergeving, en zoeken bescherming bij Allah tegen het kwaad in onszelf en tegen onze slechte daden. Wie Allah leidt, kan door niemand misleid worden, en wie Hij laat dwalen, kan door niemand geleid worden. Wij getuigen dat er geen god is dan Allah, de Enige, zonder deelgenoot, en wij getuigen dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is.

"O jullie die geloven, vreest Allah vol ware godsvrees voor Hem, en sterft niet anders dan als moslims." [Al 'Imran:102]

"O mens, vreest jullie Heer die jullie schiep uit één enkele ziel (en die) daaruit zijn echtgenote schiep en uit hen beiden vele mannen en vrouwen deed voortkomen. En vreest Allah in wiens Naam jullie elkaar (om hulp) vragen en (onderhoudt) de familiebanden. Voorwaar, Allah is de Waker over jullie." [An Nisa':1]

"O jullie die geloven, vreest Allah en spreekt het ware woord. Hij (Allah) zal jullie goede daden aanvaarden en jullie je zonden vergeven. En wie Allah en Zijn Boodschapper gehoorzaamt: waarlijk, die heeft een geweldige triomf behaald." [Al Ahzab:70-71]

Een nieuwe eeuw

Mijn dierbare broeders, aan het begin van dit gezegende hidjra-jaar, aan het begin van de vijftiende eeuw, op de eerste vrijdag van deze eeuw, de zevende van de heilige maand Muharram van het jaar 1401,9 beginnen wij, met de kracht van Allah, steunend op Zijn hulp en gesterkt door Zijn bijstand en Zijn overwinning, aan een reeks lessen. Daarin spreken we over de toestand van de moslims nu. We kijken naar het glorieuze verleden van de islam, om vanuit dat verleden de betekenissen te voelen van het geloof (iman)10 dat we verloren hebben, de betekenissen van de manmoedigheid (rujula)11 waarvan we zijn weggedreven, de betekenissen van de inspanning op de weg van Allah (jihad)12 waarvoor we zijn teruggedeinsd, de betekenissen van de toewijding aan Allah, de Glorieuze en Sublieme, waarvan wij ons hebben afgekeerd.

We kijken naar de toekomst met de blik van wie wacht tot de belofte van Allah uitkomt. Allahs belofte aan deze gemeenschap (umma)13 is dat Hij haar macht geeft op aarde. En Allahs belofte aan de gelovigen is dat Hij tevreden met hen zal zijn en hen na de dood in Zijn Tuinen zal binnenlaten, in het Hiernamaals. Allah, de Glorieuze en Sublieme, zegt:

"Voorwaar, voor degenen die geloven en goede daden verrichten zijn er de Tuinen van Firdaus (het Paradijs) als een verblijfplaats. Zij zullen daarin eeuwig levenden zijn. En zij zullen daar geen verandering in wensen." [Al Kahf:107-108]

Dat is de belofte van Allah voor het Hiernamaals aan hen die geloven en goede daden verrichten. En Allah, de Glorieuze en Sublieme, zegt:

"En Allah heeft degenen onder jullie die geloven en goede werken verrichten beloofd, dat Hij hen zeker op aarde als gevolmachtigden aanstelt, zoals Hij degenen vóór hen als gevolmachtigden aanstelde, en dat Hij hun godsdienst die Hem voor hen behaagde zeker bevestigt en dat Hij voor hen na hun vrees (door) veiligheid vervangt. Zij aanbidden Mij en zij kennen Mij in niets deelgenoten toe." [An Nur:55]

Dat is Allahs belofte in het Hiernamaals aan hen die geloven en goede daden verrichten: de Tuinen van Firdaus, waarin zij eeuwig blijven zonder ooit iets anders te willen. En dit is Allahs belofte op aarde aan hen die geloven en goede daden verrichten: dat Hij hun macht geeft, hen als gevolmachtigden op aarde aanstelt en hun vrees vervangt door veiligheid.

Een eeuw van rampen

Deze eeuw, de veertiende, is voorbij. Ze was één aaneenschakeling van rampen die deze gemeenschap troffen, van beproevingen die over haar neerdaalden, van onheil (fitna) waarvan het kwaad alle islamitische samenlevingen overspoelde, tot het zelfs de geloofsovertuiging van de moslims aantastte. De hele eeuw lang kromp de islam weg uit de positie van eer die hij had toen hij nog een staat had. Want zelfs in deze laatste tijden had de islam een staat, die de moslims verdedigde en het vaandel van la ilaha illa Allah hooghield: het Ottomaanse Rijk, "het Ottomaanse kalifaat". Wij gaan het vandaag niet hebben over wat het kalifaat (khilafa) betekent, of over de vraag of die islamitische staat de naam "kalifaat" verdient; dat is niet ons onderwerp.

Na de beproeving van de verdeeldheid, van moslims die elkaar bevochten en van het onheil rond het bestuur, werden de moslims in deze eeuw getroffen door de koloniale aanval van de kruisvaarders. En ten slotte werden wij beproefd met de kolonisatie door de joden van het dierbaarste land van de moslims, Palestina. Dat gebeurde zodat Allah een sluitend bewijs zou hebben tegen ons: tegen deze gemeenschap, tegen wie het liet afweten, tegen de verantwoordelijken die de macht in handen hadden en toch niets deden. Daarna kwamen in de versnipperde, verdeelde islamitische samenlevingen leiders die met geweld overheersten, die niet uit de islam voortkwamen en niet naar de islam toe werkten. Zij regeerden over ons met iets anders dan wat Allah heeft neergezonden, dus liet Allah hen in de steek. Zo werd het bewijs van Allah tegen hén gericht, niet tegen de onderdrukten (mustad'afun). De onderdrukten, dat zijn de massa's van de gemeenschap, de volkeren van deze umma, die geregeerd werden met de stok, het zwaard, het kanon en met gewelddadige, weerzinwekkende onderdrukking.

Zo spreken wij nu, aan het begin van deze eeuw, die als Allah het wil gezegend zal zijn. Wij hopen dat onze Heer, de Glorieuze en Sublieme, in deze eeuw de islam laat zegevieren en het vaandel van de moslims hoog laat wapperen. Wij spreken. Maar waarover zal het gaan?

Elke vrijdag, als Allah het wil, komen wij op dit tijdstip samen, in een reeks die met de kracht van Allah hopelijk weken, maanden en jaren zal duren, om te spreken over de islam en de moslims.

Worden dit dan vermaningen zoals in een moskeepreek? Of lessen in het inzicht (fiqh)14 dat een beweging nodig heeft? Of lessen in het plannen van de toekomst van de moslims? Of lessen die de gelovigen aansporen hun eenheid te herstellen en zich voor te bereiden: om de belofte van Allah aan deze gemeenschap in deze wereld te ontvangen, en om Allahs belofte aan de gelovigen die goede daden verrichten in het Hiernamaals te verdienen?

Met de kracht van Allah wordt het dit allemaal. Want vermanen en herinneren aan Allah en de Laatste Dag is onlosmakelijk verbonden met het herinneren van de moslims aan hun plicht tot inspanning. En deze plicht tot inspanning vraagt van ons dat we kracht opbouwen:15 de kracht om te begrijpen wat van Allah komt, zodat we weten wat Allah, de Glorieuze en Sublieme, ons opdraagt, en de kracht om de werkelijkheid te begrijpen, zodat we weten wat de inspanning die Hij ons opdraagt vereist.

En bij dit alles herinneren we elkaar eraan dat Allah, de Glorieuze en Sublieme, onder ons boodschappers heeft gezonden en hen heeft afgesloten met het zegel van de boodschap, onze meester Mohammed, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, om ons tot Hem te roepen: tot Zijn Paradijs in het Hiernamaals, tot het kennen van Hem, tot de liefde voor Hem en tot de toewijding aan Hem.

Waar deze les over gaat

Zolang de staat in de moslimlanden los staat van de oproep tot Allah (da'wa),16 zal ons spreken gaan over de plicht van wie tot Allah oproept. Het wordt een oproep tot Allah. En de oproep tot Allah vraagt van wie oproept en van wie opgeroepen wordt dat zij oprecht zijn tegenover elkaar (tanasuh), en van iedereen dat ze de handen ineenslaan, samenwerken en oprecht zijn tegenover elkaar!

Deze eerste les van de reeks, die als Allah het wil zal slagen, wordt een algemene les. We spreken over de godsdienst (din) en wat godsdienst betekent, wat islam betekent en wat iman betekent.

Zonder twijfel hebben jullie, jongeren, en wij allemaal, praktisch inzicht nodig in onze aanbidding: hoe we Allah aanbidden, hoe we bidden, hoe we vasten, hoe we onze dagelijkse plichten vervullen, hoe we als individu toepassen wat Allah ons heeft opgedragen. Dat hebben we nodig.

Maar dan is er het gezamenlijke werk, het publieke werk, dat economie, samenleving en politiek omvat. Dat werk wil een verwerpelijke werkelijkheid veranderen, een werkelijkheid waarop de toorn van Allah, de Glorieuze en Sublieme, rust. Want Allah, de Glorieuze en Sublieme, zegt:

"En wie niet oordeelt met wat Allah geopenbaard heeft: zij zijn de ongelovigen!" [Al Ma'ida:44]

Wie volgens de tekst van de Koran ongelovig is, op hem rust de toorn van Allah, de Glorieuze en Sublieme, en ook de toorn van de gelovigen, die reikhalzend uitkijken naar de dag waarop de moslims geregeerd worden volgens het Boek van Allah en de soenna van Zijn Boodschapper. Dat werk voor het algemeen belang vraagt een breed en allesomvattend inzicht: in de aanbidding, in de beweging, in de da'wa, in het opbouwen, en in het werk op sociaal, economisch en politiek terrein.

Hier ligt vóór ons de belofte van Allah, de Glorieuze en Sublieme, aan hen die geloven en goede daden verrichten: dat Hij hen in het Hiernamaals binnenlaat in "de Tuinen van Firdaus (het Paradijs) als een verblijfplaats. Zij zullen daarin eeuwig levenden zijn. En zij zullen daar geen verandering in wensen." [Al Kahf:107-108] Een verblijfplaats (nuzul) is de plek waar je neerstrijkt en je voorgoed vestigt. Deze wereld is dus niets anders dan een doorgang, niets anders dan een brug naar het Hiernamaals. En daar ligt de belofte van Allah aan de gemeenschap, de gemeenschap van hen die geloven en goede daden verrichten: dat Hij hen als gevolmachtigden op aarde aanstelt, hun godsdienst vestigt en hun vrees vervangt door veiligheid.

Waarom zijn we zo zwak?

Waarom zien we de moslims vandaag dan overwonnen en onderworpen, mijlenver ervan een plaats als gevolmachtigden op aarde te verdienen, en geregeerd door Amerika, Rusland en alle sterke industrielanden? Waarom zien we deze vernedering neerdalen op de islamitische gemeenschap, doordat de joden de overhand hebben gekregen over ons heilige land? Waarom zien we dat de angst ons overheerst en dat wij niet weten hoe veiligheid smaakt? Angst voor de sterke koloniale machten van de onwetendheid (jahiliyya),17 die in Oost en West spelen met onze nietige ministaatjes, ermee doen wat ze willen en er hun doelen mee bereiken, en hun handlangers in de Arabische landen laten opstaan om de islamitische opstand (qawma)18 in Iran te bestrijden. Waarom zien we deze vernedering, deze zwakte, deze overheersing en deze onderdrukking? Waarom?

Omdat wij natuurlijk niet die gemeenschap zijn die in Allah gelooft en goede daden verricht; de belofte van Allah komt immers altijd uit en blijft nooit uit. Daarom moeten we in deze reeks onderzoeken hoe wij een gemeenschap worden die in Allah gelooft en goede daden verricht.

Bovendien is er ons persoonlijke lot, ons lot op de Dag der Opstanding. Dáár moet ieder van ons zich vóór alles om bekommeren. Allahs belofte aan ons in het Hiernamaals hangt ervan af of we die verdienen, door geloof en goede daden.

Hoe doen we dat dan? Hoe verdienen we een plaats in de rij van hen die geloven en goede daden verrichten? Hoe werken we, vanuit ons heden, dat verdorven, verslagen, zwak en vernederd is, aan een toekomst voor de moslims die goed, zegevierend en sterk is? Hoe spannen we ons in om die tot stand te brengen, zodat we het bij Allah verdienen tot hen te behoren die geloven en goede daden verrichten en eeuwig in de Tuinen bij Allah blijven?

Een versleten geloof

Hoe doen we het? Ons geloof is versleten, oud, door de tijd uitgewist. Er zijn generaties opgegroeid die de islam en het geloof vergeten zijn en die het woord van Allah en het woord van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, van zich hebben afgeschud. Een versleten, zwak geloof, dat vernieuwing nodig heeft.19

Wij verklaren geen enkele moslim zonder bewijs tot ongelovige; dat is niet onze gewoonte. Het is niet onze taak moslims tot ongelovigen te verklaren, niet als groep en niet als individu. Onze taak is de positieve stappen te zoeken die ons optillen uit de vernederende werkelijkheid naar een toekomst van eer, door Allah en Zijn Boodschapper, moge Allah hem zegenen en vrede schenken: de eer die de gelovigen beloofd is.

Onze islam is oud, versleten, verslagen, zwak, veracht en vernederd. Met "onze islam" bedoel ik deze vervallen islam [zoals wij hem beleven]. Wíj zijn verslagen, niet de islam. De islam is het woord van Allah: een betekenis die op zichzelf abstract blijft en gestalte krijgt in de moslims, wier geloof versleten is, als individu en als groep. Het is dus óns geloof dat versleten is, en dat moet vernieuwd worden.

Nu wij aan het begin van deze eeuw staan, beginnen we ons spreken en ons werk voor deze eeuw en de eeuwen daarna, als Allah het wil, met een blik op de profetische geneeskunde:20 de profetische kennis die ons vertelt hoe de islam vernieuwd wordt.

De eerste hadith: iemand die de godsdienst vernieuwt

Abu Dawud, al Hakim in al Mustadrak en al Bayhaqi leveren over van Abu Hurayra, moge Allah tevreden met hem zijn, dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei:

«إن الله تعالى يبعث لهذه الأمة على رأس كل مائة سنة من يجدد لها دينها»

"Voorwaar, Allah de Verhevene zendt deze gemeenschap aan het begin van elke honderd jaar iemand die haar godsdienst voor haar vernieuwt."21

Dit is een authentieke hadith.

De zaak is gebonden aan een tijdstip, "aan het begin (ra's) van elke honderd jaar", en wij leven vandaag aan het begin van de vijftiende eeuw na de hidjra van de Profeet. De geleerden verschillen over wat "het begin (letterlijk: het hoofd) van honderd jaar" betekent. Sommigen zeggen: aan het einde ervan; anderen: aan het begin van de eeuw. Daarover hoef je niet te twisten. Het verschil is klein, want het einde van de ene eeuw valt samen met het begin van de volgende, of ligt er vlak tegenaan.

De geleerden van de voorbije eeuwen spraken over de vernieuwers (mujaddid) van die eeuwen, en de meningen liepen sterk uiteen. Sommigen zeiden dat de vernieuwer deze of gene vorst was, of deze of gene aanvoerder; anderen zeiden: nee, dat zijn de geleerden; weer anderen: nee, dat zijn de imams die zelfstandig tot een oordeel komen (mujtahid).22

'Umar ibn 'Abd al 'Aziz

Hoe dan ook: de eerste van deze vernieuwers is de grote imam 'Umar ibn 'Abd al 'Aziz, groot door de eer van Allah en niet door hoogmoed tegenover de moslims. Hij leefde tot de grens (ra's) van de eerste honderd jaar en stierf op de grens van de eerste honderd jaar.23 Zijn poging, moge Allah tevreden met hem zijn, was algemeen en allesomvattend. Hij was een mujtahid: in kennis had hij de rang van ijtihad bereikt. Hij was een rechtsgeleerde, en hij was een vorst die zij tot koning hadden gemaakt: Sulayman ibn 'Abd al Malik bracht hem op de troon van het Umayyadische koninkrijk, dat "kalifaat" genoemd wordt. Daarna deed hij afstand van dat geërfde koningschap.

Hij deed er afstand van, riep de mensen bijeen en ontsloeg hen van de eed van trouw (bay'a) zoals heersers die sinds de eerste eeuw tot op vandaag gewend zijn af te nemen: trouw aan een kind als troonopvolger. Men zweert trouw aan een kind en benoemt het, naar eigen zeggen, tot kalief. Dat is een drogbeeld, en imam Malik, moge Allah tevreden met hem zijn, weerlegde en verwierp het. Ze hadden hem opgepakt, op een kameel gezet en zo door Medina rondgevoerd, waarna hij zei: "Wie mij kent, kent mij; en wie mij niet kent: ik ben Malik ibn Anas. Weet dan: een scheiding onder dwang is niet geldig." In zijn tijd dwongen de koningen de mensen namelijk trouw te zweren aan hun kinderen met een eed op echtscheiding: "Je zweert trouw aan dit kind, of je vrouw is van je gescheiden." Men vroeg hem om een fatwa, en hij gaf deze grote fatwa: "Een scheiding onder dwang is niet geldig." Daarmee bedoelde hij: een eed van trouw onder dwang is niet geldig.

Daarna zwoeren de mensen 'Umar ibn 'Abd al 'Aziz, moge Allah tevreden met hem zijn, een geldige eed van trouw en maakten hem tot hun kalief. Toen deed hij in onze geschiedenis een juiste, weloverwogen poging om de zaak van deze gemeenschap in haar geheel te vernieuwen: in het bestuur, in de sociale rechtvaardigheid, in de aanbidding, en in het rechtzetten van alles wat in de zaken van de gemeenschap scheef was gegroeid. Maar zij kwamen hem voor: zij vergiftigden hem en doodden hem, moge Allah hem genadig zijn. Hij is voor ons de eerste van de vernieuwers.

Hassan al Banna

Daarna gingen de eeuwen voorbij. Het waren tijden van onheil, vooral in het bestuur, tot de veertiende eeuw aanbrak. Toen zond Allah deze gemeenschap mannen die probeerden haar godsdienst te vernieuwen. Onder hen waren geleerden die zich inspanden op de weg van Allah, en opvoeders. Van hen noemen we in het bijzonder sheikh Hassan al Banna, moge Allah hem genadig zijn. Deze man was in de afgelopen eeuw, de veertiende, een van de grootsten in kennis en daad: in kennis die tot daden leidt. Er waren tijdgenoten die misschien meer kennis hadden dan hij, maar minder deden. Hun werk bleef beperkt, terwijl zijn kennis, moge Allah tevreden met hem zijn en hem genadig zijn, breed was en zijn werk doelgericht. Het grootste deel van de islamitische opleving die we vandaag in de Arabische landen zien, en die tot in het verste Oosten en Westen reikt, vooral in de Arabische wereld, is voortgekomen uit het werk van imam al Banna, moge Allah tevreden met hem zijn en hem genadig zijn.

Wij beschouwen deze man dus als de vernieuwer van de afgelopen eeuw, naast andere vernieuwers: geleerden, mensen die zich inspanden op de weg van Allah (mujahidun), en [echte] mannen.

Eén persoon of een groep?

Volgens deze edele profetische hadith is de vernieuwing dus toevertrouwd aan het werk van [echte] mannen. "Voorwaar, Allah de Verhevene zendt deze gemeenschap aan het begin van elke honderd jaar iemand die haar godsdienst voor haar vernieuwt." Dit "iemand" (man) is in het Arabisch een betrekkelijk voornaamwoord, en het kan slaan op één persoon of op een groep. Het werk van vernieuwing hangt dus af van de ijver (ijtihad) van de persoon die vernieuwt én van de groep die vernieuwt.

Hoe groot iemands vermogens ook zijn, in zijn eentje kan hij de samenleving niet beïnvloeden, als er geen mannen en vrouwen om hem heen staan die hem bijstaan in de waarheid. De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, was de sterkste en meest wetende van alle mannen, gesteund door de openbaring en onfeilbaar. Toch bood hij zich aan bij de Arabische stammen, op [de markten van] 'Ukaz en Dhu al Majaz en op alle andere jaarmarkten van de Arabieren, met de vraag: "Wie geeft mij onderdak, zodat ik de boodschap van mijn Heer kan overbrengen?"

Slaat "iemand" dus op één werker, die handelt en vernieuwt, dan is dat een enkeling die een werk begint. Maar waar het om gaat is het werk van de groep (jama'a).24 Is de jama'a van de moslims er niet, dan blijft de vernieuwing beperkt tot kleine kringen. Wil de vernieuwing algemeen zijn, dan moet de jama'a van de moslims er zijn.

De tweede hadith: vernieuw jullie geloof

Er is een tweede hadith waarin de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, ons vertelt over het vernieuwen van het geloof. Imam Ahmad leverde in al Musnad over, en al Hafiz [al Hakim] in al Mustadrak, van Abu Hurayra, moge Allah tevreden met hem zijn, dat hij zei: De Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei:

«جددوا إيمانكم، قالوا: كيف نجدد إيماننا يا رسول الله؟ قال: أكثروا من قول لا إله إلا الله»

"Vernieuw jullie geloof." Zij vroegen: "Hoe vernieuwen wij ons geloof, o Boodschapper van Allah?" Hij zei: "Zeg veel: la ilaha illa Allah."25

Ook dit is een authentieke hadith.

Jullie zien dus dat deze tweede hadith het vernieuwen van het geloof verbindt aan het zeggen van la ilaha illa Allah (er is geen god dan Allah), aan het véél zeggen ervan. De eerste hadith, "iemand die de zaak van haar godsdienst voor haar vernieuwt", legt de vernieuwing in handen van [echte] mannen: van een groep gelovigen, een groep leiders van de moslims, [of] één leider om wie de leiders zich verenigen, want de gunst van Allah laat zich niet inperken. En "Zeg veel la ilaha illa Allah" verbindt de vernieuwing aan het gedenken van Allah (dhikr), aan het veelvuldig uitspreken van het goede woord.26

Dat zijn dan de artsen: zij vernieuwen wat er aan de godsdienst versleten is. Als de godsdienst versleten raakt, zijn er werklieden nodig die [het gebouw] opnieuw optrekken, mannen die hem vernieuwen.

Hoe? Waarmee? Door veel la ilaha illa Allah te zeggen. Want toen de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, de metgezellen, moge Allah de Verhevene tevreden met hen zijn, in deze hadith opdroeg: "Vernieuw jullie geloof", vroegen zij naar het hoe: "Hoe?" En "hoe" vraagt om een antwoord dat de behandeling beschrijft. Hoe? Waarmee? Hier is het medicijn: "Zeg veel la ilaha illa Allah." Deze lessenreeks zal, als Allah het wil, gaan over de vraag hoe het geloof vernieuwd wordt.

En wij hopen, als Allah de Glorieuze en Sublieme het wil, dat de jama'a van de moslims zich verenigt en dat zij het is die de godsdienst van de umma vernieuwt: dat zij het is die de vernieuwing uitvoert, en het toevertrouwde (amana) draagt van die "iemand" die de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, beloofd heeft. En wat hij meedeelt en belooft is waarheid. Het belangrijkste middel om te vernieuwen is: veel la ilaha illa Allah zeggen. Vandaag gaan we niet uitgebreid in op wat het zeggen van la ilaha illa Allah betekent. Je zegt het met de tong, je zegt het met je daden, je zegt het met je overtuiging...

Godsdienst, islam en overgave

In de eerste hadith zei de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken: "iemand die haar godsdienst voor haar vernieuwt". Hij, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei niet "die haar ideeën vernieuwt", niet "die haar systemen vernieuwt", niet "die haar werkwijzen vernieuwt", niet "die haar contact met de mensen vernieuwt" en niet "die haar economie vernieuwt". Nee, hij gebruikte een algemeen, allesomvattend woord: de godsdienst. "Die haar godsdienst vernieuwt."

En wat is de godsdienst? Allah, de Glorieuze en Sublieme, zegt:

"Voorwaar, de (enige) Godsdienst bij Allah is de Islam." [Al 'Imran:19]

De islam is dus de godsdienst. En wat betekent islam? En wat betekent het woord din (godsdienst) in de taal? Dana yadinu betekent: zich onderwerpen en overgeven. Hij onderwierp zich aan Allah: hij erkende Hem als Heer, volgde Zijn bevel op en bracht Zijn leer in praktijk. Allah, de Glorieuze en Sublieme, zegt:

"Zij werden niets anders bevolen dan Allah met zuivere aanbidding te aanbidden." [Al Bayyina:5]27

Iets anders is ons niet opgedragen. Ons is opgedragen de godsdienst zuiver aan Allah te wijden.

Waar beginnen we?

Dit is het woord van Allah, de Glorieuze en Sublieme, en dit is het woord van Zijn Boodschapper, moge Allah hem zegenen en vrede schenken. Laten we nu kijken naar het inzicht in vernieuwing: waar beginnen we? Hoe beginnen we? Hoe zetten we de eerste stappen om de godsdienst van deze gemeenschap te vernieuwen, en het geloof in onze harten? Hoe verdienen we het tot hen te horen die de islam vernieuwen, tot die "iemand" die haar godsdienst voor haar vernieuwt? Hoe verdienen we het dat wíj het zijn die de islam vernieuwen? En hoe gebruiken we het medicijn, hoe nemen we de profetische behandeling aan, die draait om veel la ilaha illa Allah zeggen? Hoe doen we dat?

We kijken naar het inzicht van onze imams en geleerden en zoeken er steun in, om van daaruit tot ons eigen begrip te komen. Want het begrip van hen die ons in het geloof zijn voorgegaan is zonder twijfel nuttige kennis, maar alleen als we weten hoe we er ons voordeel mee doen: als wij iets toevoegen aan hun inzicht, dat in hun eigen tijd is blijven staan, gevormd werd door hun omstandigheden en beïnvloed door hun omgeving. We mogen niet verstard blijven stilstaan bij dat inzicht; doen we dat wel, dan komen we geen stap vooruit. We moeten het inzicht gebruiken van wie ons in het geloof zijn voorgegaan, om er ons eigen inzicht aan toe te voegen, vooral ons inzicht in de werkelijkheid. Want het vernieuwen van de godsdienst gebeurt niet in de lucht, maar in de werkelijkheid. Het vernieuwen van de godsdienst van deze gemeenschap gebeurt niet in woorden, en niet in het leven van individuen, maar in het werk van de jama'a, in het leven van de jama'a.

Het geloof in de harten van de gelovigen wordt vernieuwd door veel la ilaha illa Allah te zeggen. Maar wil dit geloof meer worden dan iets van het persoonlijke geweten, en een werkzame kracht worden die de islamitische samenleving en de wereld verandert, dan hebben we inzicht in de werkelijkheid nodig. Dan moeten we weten welke machten de moslims vijandig zijn, welke krachten er in de moslims verborgen liggen, en welke energie we kunnen bundelen zodat de moslims een kracht krijgen waarmee zij hun vijanden de baas kunnen worden, en waarmee zij de hele wereld de boodschap van de islam voorleggen, zodat de wereld haar opnieuw hoort, zoals ze haar de eerste keer hoorde, toen de moslims sterk waren.

Zodat de wereld het woord van Allah hoort, en zodat op de hele aarde het woord van Allah het hoogste is. Daarom moeten we, nadat we goed hebben nagedacht en het inzicht hebben bestudeerd van wie ons in het geloof zijn voorgegaan, zelf rechtstreeks van Allah leren begrijpen. Wie de middelen voor ijtihad niet bezit, kan in het Boek van Allah en de hadiths van Zijn Boodschapper, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, niet zien waar een opdracht precies op slaat, en kan wat hem is opgedragen dus niet op de werkelijkheid toepassen. Wie dat niet bezit en daarover geen ijtihad kan doen, volgt anderen na (taqlid). Ons verstarde navolgen van wie ons in het geloof zijn voorgegaan, vooral op het gebied van het bestuur, zal ons vasthouden in het moeras van achterstand.

Zij, moge Allah tevreden met hen zijn, deden ijtihad in hún tijd. Zij brachten de boodschappen van hun Heer over, bestreden onrecht en ongeloof en stonden op tegen de tiran (taghut), naar de maat van hun begrip en van hun inschatting van wat in hun tijd en omstandigheden het belang van de gemeenschap diende.

Maar willen wij doen wat zij deden, dan moet ons geloof vernieuwd worden. Dan moet onze wil tot inspanning vernieuwd worden, zodat we mensen worden die werken en zich inspannen op de weg van Allah. En dan moet ook de kennis vernieuwd worden die [aan het handelen] voorafgaat, en in het licht waarvan we in beweging komen en ons inspannen.

De godsdienst is oprechtheid

Het eerste boek van de Sahih van imam al Bukhari is het Boek van het geloof.28 Niet zonder reden begon deze imam, moge Allah tevreden met hem zijn, zijn Sahih met het Boek van het geloof. Alle takken van de sharia groeien namelijk uit deze ene, unieke wortel, en dat is het geloof. Later zullen we zien dat het geloof iets breeds en allesomvattends is: het omvat alles wat Allah en Zijn Boodschapper, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, hebben opgedragen.

Hier nemen we uit het Boek van het geloof één hoofdstuk: het laatste, dat imam al Bukhari bedoelde als samenvatting van het hele boek. Nadat hij veel hoofdstukken over het geloof had genoemd, vatte hij ze samen en sloot hij af met een laatste [hoofdstuk]. Hij zei: "Hoofdstuk over de uitspraak van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken: 'De godsdienst is oprechtheid: tegenover Allah, Zijn Boodschapper, de leiders van de moslims en hun gewone mensen', en de uitspraak van de Verhevene: 'wanneer zij oprecht zijn tegenover Allah en Zijn Boodschapper'." Zo gaf al Bukhari het hoofdstuk zijn titel, zonder de hadith zelf op te nemen en zonder de overleveraars te noemen.

Bij imam Muslim, moge Allah tevreden met hem zijn, vinden we met een kleine toevoeging dat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zei:

«الدين النصيحة، قلنا: لمن يا رسول الله؟ قال: لله ولرسوله ولكتابه ولأئمة المسلمين وعامتهم»

"De godsdienst is oprechtheid (nasiha)."29 Wij vroegen: "Tegenover wie, o Boodschapper van Allah?" Hij zei: "Tegenover Allah, Zijn Boodschapper, Zijn Boek, de leiders van de moslims en hun gewone mensen."30

Jullie zien dus, mijn dierbaren, dat "godsdienst" in het Boek van Allah, de Glorieuze en Sublieme, hetzelfde betekent als islam, en in de authentieke profetische hadith die we hier aanhaalden hetzelfde als nasiha. De woorden godsdienst, islam en nasiha moeten dus allemaal naar één en dezelfde inhoud verwijzen.

Imam al Bukhari, moge Allah hem genadig zijn, zegt: "Hoofdstuk over de uitspraak van de Profeet, moge Allah hem zegenen en vrede schenken: 'De godsdienst is oprechtheid: tegenover Allah, Zijn Boodschapper, de leiders van de moslims en hun gewone mensen', en de uitspraak van de Verhevene: 'wanneer zij oprecht zijn tegenover Allah en Zijn Boodschapper'." Muslim voegde daaraan toe: "Wij vroegen: Tegenover wie, o Boodschapper van Allah? Hij zei: Tegenover Allah, Zijn Boodschapper en Zijn Boek." Al Bukhari noemt "Zijn Boek" niet.

De zwakken die toch weldoeners zijn

De woorden van de Verhevene "wanneer zij oprecht zijn tegenover Allah en Zijn Boodschapper" staan in het laatste deel van [soera] At Tawba, waar Allah, de Glorieuze en Sublieme, zegt:

"De aanbieders van verontschuldigingen onder de bedoeïenen komen, opdat hun vrijstelling zal worden gegeven, en degenen die Allah en Zijn Boodschapper loochenen, gaan zitten. Een pijnlijke bestraffing zal de ongelovigen onder hen treffen. Er rust geen zonde op de zwakken, de zieken, noch op degenen die niets kunnen vinden om te besteden, wanneer zij oprecht zijn tegenover Allah en zijn Boodschapper. Tegen de weldoeners is er geen weg (om hen van zonde te beschuldigen)." [At Tawba:90-91]31

Soera At Tawba spreekt over de jihad en over het bevel van Allah, de Glorieuze en Sublieme, aan de moslims om uit te trekken voor de jihad.32 Maar Hij zonderde de zwakken uit: "Er rust geen zonde op de zwakken, de zieken, noch op degenen die niets kunnen vinden om te besteden, wanneer zij oprecht zijn tegenover Allah en zijn Boodschapper. Tegen de weldoeners is er geen weg (om hen van zonde te beschuldigen)." Om hun oprechtheid noemde Hij hen dus weldoeners (muhsinun).33

De zwakken, de zieken en zij die niets vinden om te besteden: dat zijn kenmerken van een onderdrukte gemeenschap. En wij zijn vandaag een onderdrukte gemeenschap. Wij zijn zwak, lichamelijk en geestelijk. De gemeenschap heeft niets over haar eigen zaken te zeggen; dat hebben de vijanden en hun handlangers midden onder ons. Wij zijn onderdrukt. En wij zijn ziek, lichamelijk en geestelijk: armoede en onwetendheid gaan samen met lichamelijke ziekte en met verwijdering van Allah, de Glorieuze en Sublieme, en van wat het geloof betekent. Wij zijn ziek en wij vinden niets om te besteden. Bittere armoede beheerst ons dagelijks leven en het leven van de islamitische samenlevingen, door de zelfzucht en het sociale onrecht onder ons, en door de overheersing van de hoogmoedige wereldmachten (istikbar)34 van de onwetendheid, met de middelen van hun tirannieke kapitalisme.

Twee opvattingen

Over zijn uitspraak, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "De godsdienst is oprechtheid", zeiden de geleerden: dit is net als zijn uitspraak, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "De hadj is 'Arafa",3536 wat betekent: het grootste deel van de hadj is 'Arafa. Zo is het grootste deel van de godsdienst nasiha. Andere geleerden zeiden: de hadith moet letterlijk worden opgevat. Dan is zuivere oprechtheid (ikhlas) de godsdienst, en als er wel uiterlijke vormen van godsdienst zijn maar geen zuivere oprechtheid, dan is er geen godsdienst.

Over "De godsdienst is oprechtheid" bestaan onder de geleerden dus twee opvattingen. Ofwel nemen we het letterlijk en zeggen: de godsdienst ís nasiha, dat wil zeggen zuivere oprechtheid (ikhlas) in de godsdienst; en zuivere oprechtheid is de ziel van het handelen. Ofwel zeggen we: het is het grootste deel van de godsdienst, net als zijn uitspraak, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, "De hadj is 'Arafa". Hoe dan ook: voor ons staat vast hoe belangrijk het is de betekenissen van het woord nasiha te vernieuwen.

Zuiveren en naaien

Al Mazini37, een taalkundige onder de geleerden van de islam, zei: "Men zegt nasahtu al 'asal: ik heb de honing gezuiverd. Men zegt nasaha ash shay': het werd zuiver. En men zegt: an nash is het naaien, en de minsaha is de naald."

Al Hafiz Ibn Hajar, moge Allah hem genadig zijn, zegt: "De godsdienst brengt bijeen wat er van de zaak van de gemeenschap uiteengevallen is." Dat zijn niet zijn letterlijke woorden, maar wel wat hij bedoelt. "Oprechtheid tegenover Allah, Zijn Boodschapper, Zijn Boek, de leiders van de moslims en hun gewone mensen" betekent: bijeenbrengen wat bij hen uiteengerafeld is. Rafels (sha'ath) zijn wat verspreid en uiteengevallen is, [en de oprechtheid brengt dat bijeen] zoals de naald met naaien bijeenbrengt. Ibn Hajar, moge Allah hem genadig zijn, zegt [dan ook]: het is alsof de zonde de godsdienst openscheurt, en berouw hem weer dichtnaait. Dat zei hij bij de uitleg van de uitdrukking "oprecht berouw (tawba nasuh)".38

In de profetische hadith zit een aansporing tot oprecht berouw. Berouw is "nasuh" als het bijeenbrengt wat door de zonde uiteengevallen is, waar die de godsdienst openscheurde.

Sommige geleerden, onder wie imam Ahmad, zeiden: dit is een van de hadiths waarvan gezegd wordt dat ze een kwart van de godsdienst zijn. Al Hafiz an Nawawi zei: nee, ze is de hele godsdienst. Dat meningsverschil gaat terug op het verschil dat we eerder noemden: volgens sommigen betekent "de godsdienst is oprechtheid" dat het grootste deel van de godsdienst oprechtheid is, volgens anderen moet de hadith letterlijk genomen worden.

Oprechtheid tegenover Allah

Al Hafiz an Nawawi zegt ter uitleg van "de godsdienst is oprechtheid": "Oprechtheid verwezenlijkt alle doelen van de godsdienst, want de godsdienst beperkt zich tot [deze] zaken. 'Oprechtheid tegenover Allah' is: Hem beschrijven zoals Hem toekomt; je aan Hem onderwerpen, uiterlijk en innerlijk; verlangen naar wat Hij liefheeft door Hem te gehoorzamen; vrezen voor wat Zijn toorn wekt door ongehoorzaamheid te laten; en zich inspannen (jihad) om wie ongehoorzaam is naar Hem terug te brengen." Dat zijn de woorden van imam an Nawawi.

Wie ongehoorzaam is naar Allah terugbrengen: dat is een van de vormen van de inspanning van de oproep (jihad ad da'wa). Er is ook een andere inspanning dan die van de oproep; die bespreken we later, als Allah het wil.

Sufyan ath Thawri leverde over van 'Abd al 'Aziz ibn Rufay', van Abu Umama, de metgezel van 'Ali, moge Allah tevreden met hen beiden zijn,39 dat hij zei: "De apostelen zeiden tegen 'Isa [Jezus], vrede zij met hem: 'O Geest van Allah, wie is oprecht tegenover Allah?' Hij zei: 'Wie het recht van Allah laat voorgaan op het recht van de mensen.'"

Zo beschrijft Allah, de Glorieuze en Sublieme, Zijn dienaren die weldoen: zij vrezen, als het om Allah gaat, de kritiek van geen enkele criticaster,40 en zij laten het recht van Allah voorgaan op het recht van de mensen. Zij zijn het die oprecht zijn tegenover Allah, de Glorieuze en Sublieme. Maar wie kennis verzwijgt om een schepsel tevreden te houden, stelt Allah, de Glorieuze en Sublieme, niet tevreden en is niet oprecht tegenover Allah, de Glorieuze en Sublieme. Integendeel, hij verraadt wat hem is toevertrouwd.

We hebben gezien hoe imam an Nawawi oprechtheid tegenover Allah uitlegde, en hoe die terugkomt in de overlevering van 'Isa, vrede zij met hem.

Oprechtheid tegenover Zijn Boek

"Oprechtheid tegenover Zijn Boek." Al Hafiz Ibn Hajar zegt ter uitleg: "Oprechtheid tegenover het Boek van Allah is: het leren en onderwijzen; de letters ervan correct uitspreken bij het reciteren en nauwkeurig vastleggen bij het schrijven; de betekenissen ervan begrijpen; de grenzen ervan bewaken door ernaar te handelen; en de verdraaiingen van de verdedigers van het valse (mubtilun) ervan weren."

Oprechtheid tegenover het Boek van Allah zit in het eren van de letter ervan: in de recitatie, in het schrift en in de zorgvuldige uitspraak, omdat het het woord is van Allah, de Hoge, de Almachtige, glorie zij Hem. Daarna in het eren ervan omdat het het bevel van Allah, de Glorieuze en Sublieme, bevat. Dus eren wij het bevel van Allah, de Glorieuze en Sublieme, en volgen het op; bewaken wij Zijn grenzen, zodat we de grenzen van Allah niet overschrijden; handelen we naar wat erin staat; en weren we de verdraaiingen van de verdedigers van het valse ervan.

Wie zijn die verdedigers van het valse, die het woord van Allah verdraaien? Je hoeft maar naar links en rechts te kijken om kwade geleerden te zien die het woord van Allah, de Glorieuze en Sublieme, aanhalen om het valse te verdedigen. Dat zijn de verdedigers van het valse. Iedereen die iets vals steunt, of het nu een valse nieuwigheid (bid'a)41 in het leven van de enkeling is of een valse nieuwigheid in de samenleving en de politiek, is een verdediger van het valse.

Oprechtheid tegenover Zijn Boodschapper

Dan "oprechtheid tegenover Zijn Boodschapper". Ibn Hajar zegt: "Oprechtheid tegenover Zijn Boodschapper is: hem eren en steunen, bij zijn leven en na zijn dood; zijn soenna tot leven brengen door haar te leren; hem navolgen in zijn woorden en daden; en hem liefhebben, en ook wie hem volgen."

Hoe mooi en hoe volledig zijn deze woorden! Ze beginnen met het eren en steunen van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, bij zijn leven en na zijn dood. Want ook al is zijn gestalte, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, niet meer onder ons, zijn soenna staat nog steeds zichtbaar voor ons, belichaamd in wie haar navolgen. De soenna die in boeken bewaard ligt, is kennis. Maar de levende soenna van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, krijgt gestalte in de geleerden die naar hun kennis handelen. En daar horen jullie bij, jonge gelovigen, als Allah het wil.

Dit hoort jullie ambitie (himma) te zijn: dat jullie de soenna van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, liefhebben in haar volle breedte, in al jullie gedrag en in alles wat jullie ondernemen. Beperk je niet tot de soenna in de aanbidding, maar [volg haar] ook in de omgang met anderen en in de inspanning op de weg van Allah. Laten wij alles doen wat de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, deed, zoals hij het deed. Dat vraagt inzicht in de soenna van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, inzicht in onze werkelijkheid en inzicht in de taak die op ons wacht. Wij komen samen om dit alles te begrijpen, en om de soenna van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, in deze samenleving toe te passen. En zijn soenna breng je tot leven door haar te leren, door de edelste Boodschapper na te volgen in zijn woorden en daden, en door hem lief te hebben, en ook wie hem volgen.

Oprechtheid tegenover de leiders

"Oprechtheid tegenover de leiders van de moslims." Al Hafiz zegt dat die bestaat "uit hen helpen bij de taak die hun is opgelegd, hen wakker schudden wanneer ze onachtzaam zijn, hun tekort aanvullen wanneer ze misstappen, en de mensen eensgezind om hen heen verenigen".

Ik zeg: dat geldt als ze billijk zijn, als ze rechtvaardig zijn, als ze regeren volgens wat Allah heeft neergezonden. Ibn Hajar, moge Allah hem genadig zijn, zegt daarna: "en de harten van de mensen weer naar hen toe brengen". Wij voegen daaraan toe: als ze de soenna van de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, vertegenwoordigen, dan ja. Zo niet, dan niet.

Een van de grootste vormen van oprechtheid tegenover hen is hen van onrecht afbrengen "op de beste manier".42 En als de beste manier niets uithaalt, wat is dan onze taak? Daarover spreken we steeds.

Hij, moge Allah hem genadig zijn, zei: "Tot de leiders van de moslims horen ook de leiders van de ijtihad: de geleerden die naar hun kennis handelen. Oprechtheid tegenover hen is: hun kennis uiteenzetten, hun verdiensten verspreiden en goed over hen denken." En wij zeggen: de imams van de ijtihad zijn iets heel anders dan de geleerden die het valse verdedigen, de kwade geleerden, "de wormen onder de Koranlezers",43 die het valse verdedigen door het woord van Allah te verdraaien.

Oprechtheid tegenover de gewone moslims

Over "oprechtheid tegenover de gewone moslims" zegt al Hafiz Ibn Hajar, moge Allah hem genadig zijn: "Die bestaat uit mededogen met hen hebben, je inzetten voor wat hun ten goede komt, hun leren wat hun nut brengt, alle soorten schade van hen afhouden, en voor hen liefhebben wat je voor jezelf liefhebt en voor hen afkeuren wat je voor jezelf afkeurt."

Een programma

De woorden van deze geleerden, moge Allah tevreden met hen zijn, vormen een programma voor alomvattend werk van inspanning op de weg van Allah. Tenminste, als wij van Allah, de Glorieuze en Sublieme, begrijpen dat wij geroepen zijn en een opdracht hebben gekregen: het doel verwezenlijken waarvoor wij geschapen zijn, namelijk Allah, de Glorieuze en Sublieme, aanbidden, zonder Hem iets als deelgenoot toe te kennen. Allah de Verhevene zegt:

"En Ik heb de Djinn's en de mens slechts geschapen om Mij te dienen." [Adh Dhariyat:56]

Allah, de Glorieuze en Sublieme, aanbidden is Zijn godsdienst volgen.44 Dat is de islam, dat is oprechtheid tegenover Allah, Zijn Boodschapper, Zijn Boek, de leiders van de moslims en de gewone moslims.

  • Oprechtheid tegenover Allah is geloofsovertuiging ('aqida).
  • Oprechtheid tegenover de Boodschapper van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, is de sharia en het volgen van de soenna.
  • Oprechtheid tegenover het Boek van Allah, de Glorieuze en Sublieme, is vóór alles: regeren volgens wat Allah heeft neergezonden, op alle terreinen van het leven.
  • Oprechtheid tegenover de leiders van de moslims betekent helderheid over de manier van besturen, de grondslagen van het bestuur en de methoden van het bestuur.
  • Oprechtheid tegenover de gewone moslims is een volledig sociaal programma.

Maar hoe passen we dit toe? Hier hebben we inzicht nodig in de werkelijkheid en in vernieuwing: hoe vernieuwen we de islam?

Tot slot

Aan het eind van deze bijeenkomst, broeders, en voordat jullie je vragen stellen, als jullie vragen hebben en ik tijd heb om ze te beantwoorden, zeg ik: de islam is een godsdienst van inspanning, niet van lusteloosheid. Omdat wij de inspanning op de weg van Allah (jihad) hebben verlaten en ons ervan hebben afgekeerd, heeft Allah, de Glorieuze en Sublieme, ons vernederd en ons laten treffen door onze vijanden, en wel door de laagste van onze vijanden: de zionistische joden.

De islam is een godsdienst van rechtvaardigheid, niet van knechting en onrecht. Daarom zijn de verdedigers van het valse, die knechting en onrecht goedpraten, vijanden van de islam uit ons eigen volk.

En de islam is een godsdienst van waarheid, een oproep tot Allah, de Glorieuze en Sublieme: een oproep aan ieder mens afzonderlijk tot Allah, de Glorieuze en Sublieme, zodat hij opklimt van de rangen van de islam naar de treden van het geloof (iman), naar de toppen van het ihsan. Zo verdient hij het Paradijs, de tevredenheid van Allah en het kennen van Allah, de Glorieuze en Sublieme. De islam is de godsdienst van oprechtheid.

En oprechtheid is de godsdienst, en de godsdienst is inspanning, rechtvaardigheid en waarheid. Allah, de Glorieuze en Sublieme, zegt:

"In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle. Bij de tijd. Voorwaar, de mens lijdt zeker verlies. Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten en elkaar aansporen tot de Waarheid en elkaar aansporen tot geduld." [Al 'Asr:1-3]

Wij vragen Allah, de Glorieuze en Sublieme, ons de juiste leiding (rushd)45 in te geven, onze harten standvastig te maken in Zijn godsdienst, en ons en jullie het geduld en de vastberadenheid te schenken die ons maken tot hen die zich inspannen op de weg van Allah en de belofte van Allah verdienen. Amin. En alle lof komt Allah toe, de Heer van de werelden.


Voetnoten

  1. [vert.] Omkering van Koran 41:26, waar de ongelovigen elkaar aansporen niet naar de Koran te luisteren en er lawaai doorheen te maken. ↩

  2. [vert.] Toespeling op Koran 13:17, waar water uit de hemel door de dalen stroomt, "elk naar zijn maat". Het beeld: zekerheid als regen, liefde als de rivieren die daaruit ontstaan. ↩

  3. [vert.] Beelden uit het Lichtvers, Koran 24:35: het licht van Allah is als een nis waarin een lamp staat. De Profeet is hier de nis die het licht draagt en doorgeeft. ↩

  4. Uit de inleiding van al Manzuma al Wa'ziyya. ↩

  5. [vert.] Murshid: gids, leermeester; letterlijk "wie de juiste weg wijst". ↩

  6. [vert.] Abdessalam Yassine overleed op 13 december 2012 in Salé. Deze inleiding werd geschreven toen hij nog leefde. ↩

  7. [vert.] Verwijzing naar een hadith in de Musnad van imam Ahmad (via Hudhayfa), die na een tijd van erfelijke en dwingende heerschappij een kalifaat "volgens de methode van het profeetschap" aankondigt. ↩

  8. [vert.] Ongeveer 7 september 1998. "H." staat voor de islamitische jaartelling vanaf de hidjra. ↩

  9. [vert.] Ongeveer 14 november 1980. De les werd gegeven aan het begin van de 15de eeuw H.; de inleiding hierboven is achttien jaar later geschreven, bij de uitgave. ↩

  10. [vert.] Iman: geloof. Meer dan "voor waar aannemen": overtuiging in het hart, uitspraak met de tong en daden. Iman kan verslijten en moet vernieuwd worden. ↩

  11. [vert.] Rujula, van rajul (man): de deugd van moed, standvastigheid en betrouwbaarheid, niet het geslacht. Vergelijk Koran 33:23 over "mannen die trouw bleven aan hun verbond met Allah". ↩

  12. [vert.] Jihad: letterlijk "zich tot het uiterste inspannen". De inspanning op de weg van Allah in al haar vormen: tegen het eigen ego, met het woord en de oproep (da'wa), met bezit. Hier vooral de inspanning om mensen naar Allah terug te brengen en de gemeenschap te vernieuwen. ↩

  13. [vert.] Umma: de wereldwijde gemeenschap van moslims. ↩

  14. [vert.] Fiqh: letterlijk "diep begrip". Gewoonlijk de islamitische rechtskunde; hier breder: inzicht in de aanbidding, de werkelijkheid, de beweging en de vernieuwing. ↩

  15. [vert.] Toespeling op Koran 8:60, waar de gelovigen worden opgedragen kracht voor te bereiden. ↩

  16. [vert.] Da'wa: letterlijk "oproep": mensen uitnodigen tot Allah. ↩

  17. [vert.] Jahiliyya: letterlijk "onwetendheid", de toestand van Arabië vóór de islam. Hier: elke orde die zich van Allah heeft afgekeerd, ook in de moderne tijd. ↩

  18. [vert.] Qawma: letterlijk "het opstaan", tegenover thawra (revolutie). Hier de Iraanse revolutie van 1979; de oorlog van Irak tegen Iran was in september 1980 begonnen, twee maanden voor deze les. ↩

  19. [vert.] Bal: versleten, gezegd van kleding. Het beeld keert terug: de godsdienst slijt en scheurt, en oprechtheid (nasiha) naait hem weer dicht. ↩

  20. [vert.] Profetische geneeskunde: hier niet de hadiths over lichamelijke ziekten, maar een beeld: de gemeenschap is ziek, en de profetische leiding is het medicijn. ↩

  21. [vert.] Overgeleverd door Abu Dawud (nr. 4291), al Hakim in al Mustadrak en al Bayhaqi. ↩

  22. [vert.] Ijtihad: de zelfstandige inspanning van een geleerde om uit Koran en soenna een oordeel af te leiden; mujtahid: wie dat kan. Taqlid: het oordeel van een ander navolgen zonder eigen afleiding. ↩

  23. [vert.] Hij overleed in 101 H. (720 n.Chr.). ↩

  24. [vert.] Jama'a: een samenhangende, georganiseerde groep gelovigen, tegenover losse individuen en tegenover de umma, de hele gemeenschap van moslims. ↩

  25. [vert.] Overgeleverd door Ahmad in al Musnad en al Hakim in al Mustadrak. ↩

  26. [vert.] "Het goede woord" (al kalima at tayyiba) is een vaste aanduiding voor la ilaha illa Allah, naar Koran 14:24. ↩

  27. [vert.] Letterlijk: "... Allah te aanbidden, terwijl zij Hem de godsdienst (din) zuiver toewijden". ↩

  28. [vert.] Strikt genomen gaat er in de Sahih nog een kort boek aan vooraf, over het begin van de openbaring (Bad' al Wahy); het Boek van het geloof is het eerste inhoudelijke boek. ↩

  29. [vert.] Nasiha: oprecht het goede willen voor iemand, trouw en zuiver tegenover hem zijn; vaak vertaald als "goede raad". Verderop komen de twee grondbetekenissen: zuiveren en naaien. ↩

  30. [vert.] Overgeleverd door Muslim (nr. 55), via Tamim ad Dari. ↩

  31. [vert.] De Arabische uitgave vermeldt vers 91-92; het geciteerde gedeelte is 90-91. ↩

  32. [vert.] De veldtocht naar Tabuk (9 H., 630 n.Chr.). Wie niet kon meetrekken, bleef zonder zonde zolang hij oprecht was tegenover Allah en Zijn Boodschapper. ↩

  33. [vert.] Muhsinun: zij die ihsan beoefenen. Ihsan: letterlijk "het goede en schone doen"; volgens de hadith van Jibril: "dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet". Islam, iman en ihsan zijn in die hadith drie oplopende rangen van de godsdienst. ↩

  34. [vert.] Istikbar: hoogmoed, zich boven anderen verheffen. In de Koran staan de hoogmoedigen (mustakbirun) tegenover de onderdrukten (mustad'afun). Hier: de wereldmachten. ↩

  35. Al Bukhari en Muslim. ↩

  36. [vert.] 'Arafa: de vlakte bij Mekka waar de pelgrims op de negende dag van de pelgrimsmaand staan; wie dat mist, heeft geen hadj. Deze woorden staan niet in al Bukhari of Muslim, maar bij onder meer at Tirmidhi, Abu Dawud, an Nasa'i en Ibn Majah, via 'Abd ar Rahman ibn Ya'mar. ↩

  37. [vert.] Bij Ibn Hajar (Fath al Bari) staat deze uitleg op naam van al Maziri. ↩

  38. [vert.] Koran 66:8: "tawba nasuh", oprecht berouw. Nasuh komt van dezelfde stam als nasiha: berouw dat zuiver is en de scheur weer dichtnaait. ↩

  39. [vert.] Elders, bijvoorbeeld bij Ibn Rajab, staat de naam van deze overleveraar als Abu Thumama. ↩

  40. [vert.] Toespeling op Koran 5:54, over de mensen die Allah liefheeft: zij spannen zich in op de weg van Allah en vrezen de kritiek van geen enkele criticaster. ↩

  41. [vert.] Bid'a: een nieuwigheid in de godsdienst zonder grond in Koran en soenna. ↩

  42. [vert.] Koranische uitdrukking, onder meer in An Nahl:125 en Fussilat:34. ↩

  43. [vert.] Letterlijk "wormen van de Koranlezers" (qurra'), in de klassieke betekenis: de vromen en geleerden. Een oude beeldspraak voor geleerden die de godsdienst van binnenuit aantasten, zoals wormen hout aantasten. ↩

  44. [vert.] 'Ibada: dienen, aanbidden. ↩

  45. [vert.] Rushd: juiste leiding, geestelijke rijpheid. Het woord komt van dezelfde stam als murshid (gids). ↩

Selecteer een zin in de tekst en maak er een plaatje van om te delen.

Naar de boekpagina

Download plaatje